sculpture-1801600_1920

Het onbeperkt spreekrecht, verwerking voor het slachtoffer of een belasting voor het strafproces?

Door: Sanne Leenstra[1]

A trial resembles a play in that both begin and end with the doer, not with the victim (…). In the center of a trial can only be the one who did – in this respect he is like the hero in the play – and if he suffers, he must suffer for what he has done, not for what he has caused others to suffer.”[2]

In het bovenstaande citaat vergelijkt filosofe Hannah Ahrendt het strafproces met een toneelspel. Ahrendt betoogt dat aandacht voor het slachtoffer ten koste gaat van waar het tijdens het strafproces werkelijk om draait, namelijk de verdachte. Door de jaren heen heeft het slachtoffer echter een steeds prominentere positie verworven in het strafproces. Sinds 1 juli 2016 is zelfs een onbeperkt spreekrecht voor slachtoffers van kracht geworden. Voorheen mochten slachtoffers en nabestaanden zich in de rechtszaal slechts uitlaten over de gevolgen van het misdrijf op hun leven. Deze beperking is per 1 juli 2016 met een wetswijziging opgeheven, wat kort gezegd inhoudt dat slachtoffers en nabestaanden zich nu ook mogen uitlaten over de verdachte, het bewijs, het misdrijf en zelfs over de strafmaat.[3] Of de uitbreiding van het spreekrecht een verrijking is voor het Nederlandse strafproces, daar zijn de meningen over verdeeld. Want levert deze uitbreiding van het spreekrecht voor slachtoffers ook daadwerkelijk een bijdrage aan de verwerking van wat hen is overkomen? Of verliezen wij uit het oog waar het in het strafproces, volgens Ahrendt werkelijk om draait, namelijk de verdachte?

De wettelijke grondslag

Het spreekrecht voor slachtoffers vindt zijn wettelijke grondslag in artikel 51e van het Wetboek van Strafvordering. Niet alle slachtoffers hebben het recht om te spreken tijdens het strafproces. Dit staat slechts open voor slachtoffers van een misdrijf waarvoor de dader een gevangenisstraf kan krijgen van acht jaar of meer en bij de andere misdrijven die genoemd worden in het artikel, zoals ernstige mishandeling of bedreiging.[4] Het spreekrecht geldt daarnaast ook voor de nabestaanden van het slachtoffer.[5]  Wanneer een slachtoffer niet kan of wil spreken in de rechtszaal, kan deze er ook voor kiezen een schriftelijke verklaring op te stellen die dan tijdens de zitting wordt voorgehouden door de officier van justitie of de rechter. Daarnaast bestaat er ook de mogelijkheid voor het slachtoffer om iemand mee te nemen naar de terechtzitting, zoals een familielid, vriend, advocaat of medewerker van slachtofferhulp. Het slachtoffer kan deze persoon dan machtigen om de verklaring voor te dragen.[6]

De emotionele verwerking

Het is al langere tijd bekend dat slachtoffers van misdrijven en nabestaanden waarde hechten aan het mogen uitdrukken van hun gevoelens tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Zo is uit onderzoek van de Universiteit van Tilburg in 2010 gebleken dat de deelnemers zelf vonden dat het gebruik van het – destijds nog beperktere – spreekrecht bijdroeg aan hun emotionele verwerking.[7] Uit ditzelfde onderzoek kwam naar voren dat hun tevredenheid hoger was geweest als zij zich hadden kunnen uiten over de strafmaat of de uitkomst van de zaak hadden kunnen beïnvloeden. Sommigen gaven dan ook aan bij voorbaat te hebben afgezien van het spreekrecht omdat zij geen invloed konden hebben op de strafmaat.[8] In dit licht gezien is de uitbreiding van het spreekrecht voor het slachtoffer in ieder geval een verrijking. Ook Slachtofferhulp Nederland pleitte al eerder om die reden voor een uitbreiding van het spreekrecht.[9] Slachtofferhulp schrijft dat de uitbreiding tegemoet komt aan de wens van een grote groep slachtoffers en nabestaanden, die hierdoor een duidelijkere stem in de rechtszaal krijgen.

Valse hoop en secundaire victimisatie

Toch is niet iedereen even enthousiast over het onbeperkte spreekrecht voor slachtoffers en nabestaanden tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Met name veel advocaten hebben zich uitgesproken tegen deze uitbreiding en vrezen voor een ontwrichting van het strafproces.[10] Dit zou onder andere komen doordat een verdachte zich gevoelsmatig niet alleen meer tegen de officier van justitie moet verdedigen, maar ook tegen het slachtoffer. Het nadeel hiervan is een verharding van het strafproces. De emoties kunnen door de uitgebreide slachtofferverklaring hoger oplopen en dit kan bepalend zijn voor de sfeer in de rechtszaal.[11] Daarnaast brengt de onschuldpresumptie als aloud beginsel van het strafrecht mee dat een verdachte onschuldig is totdat de rechter heeft vast gesteld of het ten laste gelegde feit al dan niet bewezen kan worden verklaard. De verklaring van het slachtoffer gericht op de persoon van de verdachte kan dit beginsel ondermijnen, of in ieder geval het gevoel daarvan van de verdachte doen verminderen.

Een ander belangrijk argument tegen de uitbreiding van het spreekrecht is de ‘secundaire victimisatie’ die het slachtoffer kan ervaren. Secundaire victimisatie kan worden gedefinieerd als ‘verergering van het leed of de schade van het slachtoffer door het strafproces’.[12] Zo kan  een slachtoffer flink aan de tand gevoeld worden door de verdachte en zijn raadsman, of zich na gebruik van zijn spreekrecht niet gehoord of geloofd voelen. Het leed dat het slachtoffer heeft ondervonden door het misdrijf kan dan juist worden vergroot door het afleggen van een verklaring of zij voelen zich opnieuw slachtoffer door de gang van zaken tijdens het strafproces. Hiermee wordt het tegenovergestelde effect bereikt met de uitbreiding spreekrecht. Daar komt bij dat, nu een slachtoffer zich ook mag uitlaten over onder andere de strafmaat, dit kan zorgen voor teleurstelling wanneer de door de rechter opgelegde straf in sterke mate afwijkt van de door het slachtoffer gewenste straf.[13]

Verrijking of belasting?

Ik denk zelf dat het bij de beantwoording van de vraag of de uitbreiding van het spreekrecht een verrijking of een belasting is voor ons strafproces, het antwoord afhankelijk is van het doel dat men voor ogen heeft bij het strafproces zelf.

In eerste instantie zou het strafproces mijns inziens moeten draaien om de waarheidsvinding. Ondanks dat dit pijnlijk kan zijn voor het slachtoffer, staan de verdachte en de schuldvraag centraal. Om teleurstelling bij het slachtoffer of de nabestaanden te voorkomen en tevens te zorgen voor een gevoel van genoegdoening of emotionele verwerking van het misdrijf, kan gekeken worden naar andere mogelijkheden voor het slachtoffer of de nabestaande. Het kan voor een slachtoffer in sommige gevallen helpen bij de verwerking om de dader te confronteren. Mijns inziens is dit ook heel goed mogelijk buiten het strafproces om, onder begeleiding van bijvoorbeeld Slachtofferhulp of therapeuten. Ook kan het slachtoffer datgene wat hij graag wenst te verklaring op zitting, ergens anders verklaren om zo toch gehoord te worden in de vorm van bijvoorbeeld een platform of praatgroep. Ik denk dat een slachtoffer zich dan meer gehoord en begrepen zal voelen dan wanneer hij of zij zich heeft uitgesproken bij een rechter maar deze rechter bijvoorbeeld een geheel andere straf oplegt dan het slachtoffer heeft genoemd tijdens zijn spreekrecht. Het strafproces is immers vaak niet gericht op de gevoelens van het slachtoffer maar voornamelijk dadergericht, wat zorgt voor een gevoel van onvrede bij veel slachtoffers.[14] Anderzijds gaat het uiteindelijk om een spreekrecht voor het slachtoffer en is geen sprake van een spreekplicht. Het slachtoffer kan zelf de afweging maken of hij of zij gebruik wil maken van dit spreekrecht. Hoewel ik denk dat er ook buiten de rechtszaal mogelijkheden zijn om te zorgen voor emotionele verwerking, denk ik dat voor een effectieve en goede uitvoering van het spreekrecht het in ieder geval van belang is dat slachtoffers goed worden geïnformeerd over het spreekrecht en de eerder beschreven nadelige gevolgen die hieraan verbonden zijn. Dan weten zij beter wat hen te wachten staat en ook op deze manier kunnen teleurstellingen voorkomen worden. Maken zij er desalniettemin gebruik van, dan is dit meer voor ‘eigen risico’. Linksom of rechtsom zullen de uit het spreekrecht voortvloeiende nadelen ondervangen moeten worden om zo te voorkomen dat het een belasting wordt voor zowel het slachtoffer als de verdachte.

 

[1] Sanne Leenstra is masterstudent Strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.

  1. H. Arendt, Eichman in Jerusalem; a Report on the Banality of Evil, Harmondsworth 1994, p. 9.
  2. MvT, Kamerstukken II 2014/15, 35 082, nr 3, p. 1.
  3. Art. 51 e lid 1 Wetboek van Strafvordering.
  4. Art. 51 e lid 3 Wetboek van Strafvordering.
  5. Art. 51 e lid 3 Wetboek van Strafvordering.
  6. K. Lens, A. Pemberton en M. Groenhuijsen, Het spreekrecht in Nederland: een bijdrage aan het emotioneel herstel van slachtoffers?, Tilburg 2010, p. 100.
  7. K. Lens, A. Pemberton en M. Groenhuijsen, Het spreekrecht in Nederland: een bijdrage aan het emotioneel herstel van slachtoffers?, Tilburg 2010, p. 86
  8. Zie: https://www.slachtofferhulp.nl/Actueel/2016/Slachtoffers-en-nabestaanden-krijgen-duidelijkere-stem-in-rechtszaal-/.
  9. Redactie MR, Strafrechtadvocaten zien niks in onbeperkt spreekrecht slachtoffers, 2015.
  10. mr. Marjo Buitenhuis, Spreekrecht; Weegschaal Vrouwe Justitie in evenwicht houden, 4 juli 2016
  11. M. Wijers en B. de Boer, Een keer is erg genoeg: verkennend onderzoek naar secundaire victmisatie van slachtoffers als getuigen in het strafproces, WODC 2010, p. 17.
  12. B.F. Keulen e.a., Naar een tweefasenproces? De voor- en nadelen van een strafproces in twee fasen, in relatie tot de positie van het slachtoffer en verdachte, WODC 2012, p. 52.
  13. M. Wijers en B. de Boer, Een keer is erg genoeg: verkennend onderzoek naar secundaire victmisatie van slachtoffers als getuigen in het strafproces, WODC 2010, p. 50.


There are no comments

Add yours